Microhotels: hipper dan dit ga je tegenwoordig niet gestrekt. Hotels met kleine kamers en een grootse ego’s. In de positieve zin van het woord wel te verstaan. Laatste wapenfeit in de stad waar microhotels zo ongeveer zijn uitgevonden (New York City, that is) is Arlo. Een piepjonge keten met twee hotels. Beide in Manhattan (Soho en NoMad) en zo speels en funky als hotels maar zijn kunnen. NoMad is, naar onze bescheiden mening, de favoriete van het stel. En daarom hier, on the blog.

‘You never get a second chance to make a first impression’. Tegeltjeswijsheid die ze bij Arlo maar wat goed snappen, want bij binnenkomst waan je je direct in een hip gebuurte waar wij stadstoeristen wel blij van worden. Een metershoge kleurrijke woonkamer-achtige lobby met en een walm van prettige cologne wachten op je zodra je de deuren aan East 31th St. opentrekt. De kamers zijn petite (14 m2) maar slim uitgerust. Verwacht hier, naast je king of queen bed, gratis WiFi, bluetooth radio, meer dan voldoende USB oplaadpunten (amen!) en een badkamer met regendouche.  Alles keurig alles prima, maar niet spectaculair. En dat hoeft ook niet. Arlo weet dat je het merendeel van de dag on the go bent (oh hey: New York!). En op de momenten dat je wel in je hotel bent, is de keuze buiten je kamer reuze. Denk rooftop yoga lessen, gratis fietsen, schilderlessen, hardloop klasjes, 24/7 pizza’s en gratis toegang tot de Tone House Gym – daar waar beroemd New York aan de ijzers hangt. De échte troef huist trouwens op de 31e verdieping. Bij de door New Yorkers bejubelde rooftop bar The Heights. 360 graden gaat ‘ie, met zicht op zowel uptown als downtown Manhattan. Cocktails en socializen doe je hier met subliem zicht op het Empire State Building, in fijne loungebanken of op het glazen plateau hoog boven de drukte van NoMad.
Arlo NoMad, vanaf EUR 145 per nacht